“We wilden meer doen dan alleen ingrijpen. Zo is Terwille ontstaan.”
“In de jaren negentig zagen we in de Groningse binnenstad steeds meer mensen met verslavingsproblemen tussen wal en schip vallen,” vertelt Herbert Venema, gepensioneerd politieagent en medeoprichter van Terwille. “Je schrijft processen-verbaal, je zet iemand soms vast, maar intussen weet je: dit lost het echte probleem niet op. Ik vond het moeilijk om dat steeds weer te zien gebeuren.”
Samen met drie andere christelijke agenten besloot hij: dit moet anders. “We dachten: kunnen wij niet méér betekenen? Vanuit ons geloof en vanuit menselijkheid.”
“Hendrik gaf mij het laatste duwtje”
De situatie van één man staat Herbert nog altijd goed bij. “Hendrik wilde graag afkicken, maar de wachtlijsten waren eindeloos. Hij leefde op straat en had geen eigen telefoon, dus moest hij elke week bij mijn collega Tineke en ik op het bureau langskomen om te bellen of hij was opgeschoven in de wachtlijst. Toen hij eindelijk terecht kon, hebben we hem zelf naar Dordrecht gebracht. Een paar weken later zagen wij hem terug, hij was duidelijk opgeknapt. Dat raakte ons enorm. Toen wist ik: hier moeten we iets mee.”
De start van Terwille
De vijf collega’s begonnen met drie ideeën: een intakepunt in de stad, een telefonische hulplijn en voorlichting op scholen. “We organiseerden een oprichtingsvergadering in de Jeruzalemkerk. Vrijwilligers meldden zich aan voor verschillende commissies. En door een grote schenking konden we beginnen in een piepklein kantoortje. Het was pionieren, maar het voelde goed.”
De eerste medewerker was verpleegkundige Gerda van Veen. “Zij deed de intakes. Ondertussen reden onze bestuursvoorzitter, korpschef Jaap Veenstra, en ik het hele land door om subsidies te regelen. Je moest creatief zijn. Maar we zagen dat het werkte. Mensen kwamen sneller op de juiste plek. Dat gaf hoop.”
De naam ontstond thuis aan de keukentafel. Herbert vertelt: “We lazen uit de Bijbel en één van mijn kinderen zei opeens: is ‘Terwille’ geen mooie naam? We hebben er met het bestuur over gestemd. Iedereen vond dat het paste: we willen er ter wille van mensen zijn.”
Verder kijken dan het misdrijf
Herbert kreeg binnen de politie veel ruimte voor dit werk. “Mijn leidinggevende zei: als jij vindt dat dit hoort bij jouw roeping, ga ervoor. Dat vertrouwen was uniek. Natuurlijk moest ik blijven balanceren tussen opsporing en hulpverlening. De ene dag spoor je een dief op, de andere dag help je dezelfde persoon richting behandeling. Maar juist dat maakte het menselijk. Het leerde me om verder te kijken dan criminaliteit.”
Blik op Terwille nu
“Ik vind het prachtig om te zien wat het is geworden. Het is gegroeid, verdiept, professioneler geworden, maar het fundament staat nog steeds: geloof, menselijkheid en het vertrouwen dat er altijd een weg vooruit is. Dat is wat ons vanaf het begin dreef.
Ik hoop dat Terwille vasthoudt aan dat fundament. Dat Terwille blijft werken vanuit gelijkwaardigheid en liefde en nooit de mens achter het dossier uit het oog verliest.”
Hij glimlacht. “Het mooiste aan Terwille was altijd dat het mensen verbond. Kerken, collega’s, vrijwilligers, cliënten. Verschillen deden er niet toe. Eén doel: iemand weer perspectief bieden. Als dat blijft, dan blijft Terwille gezegend werk doen.”
Wat Herbert verwoordt, vormt nog steeds de basis van Terwille: dichtbij mensen staan en samen werken aan herstel en perspectief.
*Op de foto is een zeefdruk te zien van Reinier van den Berg, gemaakt ter ere van het vijfjarig bestaan van Terwille.