”Voor het eerst hoefde ik het niet alleen te doen”
– Marcela
Karin blijft als het donker wordt
Karin werkt inmiddels vijf jaar als ambulant behandelaar bij Terwille. Daarvoor was ze achttien jaar actief in de verslavingszorg. Ze werkte in klinieken, op crisisafdelingen en in detox. Ze zag mensen binnenkomen op hun dieptepunt en soms ook weer vertrekken zonder blijvende verandering.
“Je begint vaak met een groot idealisme,” vertelt ze. “Je denkt dat je mensen gaat redden. Maar herstel werkt niet zo. Wat wél werkt, is naast iemand blijven staan. Ook als het ingewikkeld wordt.”
Dat is wat haar werk bij Terwille kenmerkt.
“Hier draait het niet om productie of protocollen. Natuurlijk werken we professioneel. Maar zonder echt contact kom je nergens. Mensen moeten voelen dat ze er mogen zijn, ook met hun terugval, hun schaamte en hun chaos.”
Voor Marcela werd dat ‘blijven’ van levensbelang.
Marcela: “Ik was mezelf kwijt”
“Ik worstel al heel lang met verslaving,” vertelt Marcela. “Ik ben meerdere keren opgenomen geweest. Op een gegeven moment was ik de tel kwijt.”
Wat ze zich nog wél herinnert, is het gevoel van leegte. Van de grip verliezen. Van tijd die vervaagt. “Ik weet nog dat Karin na haar vakantie voor mijn deur stond en zei: ‘We zijn drie weken verder.’ Ik had geen idee. Voor mij was alles één waas geworden.”
Toen ze bij Terwille binnenkwam, was ze negen maanden clean. Haar hulpvraag was terugvalpreventie. Ze wilde het goed doen. Ze kon het goed verwoorden.
Maar langzaam gleed ze opnieuw af. “En als ik viel, viel ik ook echt.” Het ging slechter dan slecht. Er waren momenten waarop het zorgelijk werd.
Karin: “Ik heb me echt zorgen gemaakt. Maar loslaten was geen optie. Juist dan niet.”
Marcela hoort dat achteraf. Het raakt haar zichtbaar. “Als ik toen was losgelaten… dat had ik niet overleefd. Dat was een sloopkogel geweest.”
Gezien worden als mens
Marcela kende de hulpverlening. Ze kende ook het gevoel een dossier te zijn. “Als je belt terwijl het slecht met je gaat, ben je kwetsbaar. Dan lukt het niet om stevig te staan. En als je dan het gevoel krijgt dat je vooral een nummer bent… dat breekt iets.”
Bij Terwille ervoer ze iets anders. “Hier werd ik niet alleen gezien als verslaafde. Maar als mens. Ook toen ik niet meteen clean was. Voor het eerst had ik het gevoel dat ik niet eerst hoefde te bewijzen dat ik het waard was om hulp te krijgen.”
En misschien nog belangrijker: “Voor het eerst hoefde ik het niet alleen te doen.”
Donkerte en een kantelpunt
Na een opname volgden opnieuw terugvallen. Tegelijkertijd zat Marcela in een relatie die haar steeds verder onderuit haalde. “Ik was mezelf kwijt. Ik wist niet meer wat waar was.”
Karin zag het gebeuren. “Je ziet iemand worstelen en je denkt: dit is niet goed. Maar je kunt iemands leven niet overnemen. Dus je blijft spiegelen. Je blijft benoemen wat niet klopt. En je hoopt dat iemand zelf de stap zet.”
Die stap kwam. Maar er gebeurde nog iets anders. Marcela was al langere tijd zoekend in geloof en zingeving. Ze bezocht meetings, hoorde over overgave, maar miste houvast. Op 13 september 2024 liep ze een kerk binnen.
“Ik weet nog dat ze vroegen of iemand zijn leven aan Jezus wilde geven. Ik ben huilend naar voren gelopen. Twee dagen daarvoor had ik nog gebruikt.”
“Wat daar gebeurde, kan ik bijna niet uitleggen,” zegt Marcela. “Het was alsof God me echt aanraakte. Niet alleen emotioneel, maar diep vanbinnen. Vanaf dat moment was de drang naar het middel weg. Gewoon… weg. Iets wat me jarenlang in zijn greep had, was er ineens niet meer.”
Ze kijkt even stil voor zich uit. “Ik ben vanaf dat moment ook abstinent gebleven. En dat is niet op eigen kracht. Die ervaring, die ontmoeting met God, geeft me tot op de dag van vandaag de kracht om vol te houden. Het is voor mij niet alleen herstel, het is echt bevrijding geweest.”
Vanaf dat moment veranderde er iets.
“Ik ben clean geworden. Niet alleen van middelen. Maar ook van die allesoverheersende drang. Er kwam rust. Alsof ik het niet meer alleen hoefde te dragen.”
Karin zag het verschil. “Ze werd zachter. Stabieler. Dat kwam niet vanuit ons. Wij mochten er alleen bij zijn.”
Veilig om te zijn
Als ze praten over hun band, valt er een stilte.
“In een periode waarin ik me onveilig voelde, was Karin een veilige plek,” zegt Marcela. “Ze nam het niet over. Ze zei niet wat ik moest doen. Maar ze bleef. Ze hielp me voelen wat goed was voor míj.”
Karin slikt.
“Dit is waarom ik dit werk doe. Je loopt een stukje mee in iemands leven, juist op de donkerste momenten. Dat is kwetsbaar. Maar ook ontzettend waardevol.”
De regie bleef bij Marcela. “Zij heeft het gedaan,” zegt Karin. “Ik liep naast haar.”
Een nieuw leven
Vandaag staat Marcela op een andere plek. Ze is clean. Ze heeft haar relatie beëindigd. Ze doet vrijwilligerswerk en ontdekt opnieuw wie ze is, los van prestaties en middelen.
“Ik werkte altijd in de sales. Targets, druk, doorgaan. Dat past niet meer bij wie ik nu ben. Ik ben aan het opbouwen. Aan het helen.”
Wat het grootste verschil is? “Rust. De toekomst voelt niet meer bedreigend. Ik weet niet precies hoe het eruitziet. Maar het is goed.”
Ze weet dat herstel geen eindpunt is. Dat het aandacht vraagt. Maar ze voelt zich niet meer alleen.
Aan het einde van het gesprek zegt Karin zacht: “Herstel is geen rechte lijn. Maar dit laat zien wat er kan gebeuren als iemand zich gezien voelt.”
Marcela knikt. “Wie had twee jaar geleden gedacht dat ik hier zou zitten? Dat ik vrij zou zijn? Ik had mezelf uitgelachen.”
Even stilte.
“Maar dit gebeurt als je naast elkaar in het donker durft te blijven staan. Dan komt er weer licht.”